TIB Nieuwsflits - Februari 2019

Hieronder treft u de TIB nieuwsbrief van februari 2019 aan. Deze nieuwsflits verschijnt 10 keer per jaar in uw mailbox. U kunt zich in de rechterkolom inschrijven. Afmelden kan op ieder gewenst moment.


 

Nieuws van de redactie

Maar liefst 1.455 IB’ers vulden eind 2018 de grote IB enquête in. De uitgewerkt enquêteresultaten in het boek ‘IB’er, tot hier en nu verder?!’ geven een helder inzicht in hoe IB'ers werken aan de vormgeving van passend onderwijs en hun eigen rol in de schoolorganisatie. Daarnaast beantwoorden zij stellingen gericht op het onderwijskundig leiderschap van de directeur, de samenwerking met ouders en het worden van een professionele leergemeenschap. De geobserveerde dwarsverbanden laten zien dat er in het schoolsysteem eenvoudig ruimte te vinden is voor verbetering. De eyeopeners zijn werkelijk op alle lagen te vinden. Om verbetering op de verschillende lagen direct in gang te zetten hebben de auteurs suggesties en bronnen opgenomen.
         
Op de IB dag van 12 maart wordt het eerste exemplaar van het boek uitgereikt en zullen de resultaten gepresenteerd worden. Het boek is vanaf 12 maart verkrijgbaar in onze boekwinkel: www.instondoboeken.nl.

De TIB-redactie

 

Adviesrecht MR wordt instemmingsrecht

Ouders, leraren en leerlingen krijgen meer te zeggen over de financiën van een scholen in het basis- en voortgezet onderwijs. De medezeggenschapsraad krijgen vanaf 2021 instemmingsrecht op de hoofdlijnen van de begroting van scholen. Dat staat in een nieuw wetsvoorstel van minister Slob.

De sectorraden staan niet te springen om het wetsvoorstel. Zij vrezen dat de bestuurlijke verantwoordelijkheden van de schoolbesturen hiermee in het gedrang kunnen komen. Volgens de PO-Raad bestaat er een ‘spanningsveld’ tussen de bevoegdheden van de medezeggenschapsraden en het functioneren van de raden in de praktijk. Boven kan volgens de VO-Raad het voornemen van de minister op weinig draagvlak rekenen: ‘Het vervangen van het huidige adviesrecht van de medezeggenschapsraden over de hoofdlijnen begroting door een instemmingsrecht zal het ‘goede gesprek’ tussen schoolbesturen en de medezeggenschapsraden niet perse verder versterken.’


Column Mieke Ketelaars: Hecht, hechter, hechtst

Kinderen hechten zich aan de meest lullige dingen: een bebloede pleister van de BMR-vaccinatie van de week ervoor, een beschimmelde boomtak, een aangewaaide poes zonder staart. Meestal gaan die dingen vanzelf over wanneer de pleister uit het haar geknipt moet worden, de tak verpulverd is, en de poes weer met de noorderzon is vertrokken, met medeneming van de gehele melkvoorraad. Maar sommige hechtingsvormen tonen zich hardnekkig en kunnen nare littekens achterlaten.

Mijn jongste zoon is enorm van de hechting. Dat is natuurlijk hartstikke mooi in zo’n eerste jaar waarin ik alleen maar bezig was om hem te troosten, maar daarna nam het, door zijn bijzondere hechtingsrelatie met mijn been, geregeld vervelende vormen aan. Gelukkig vond hij zelf ook dat mijn been een sta-in-de-weg was als hij het mee wilde nemen naar bed. Als alternatief heeft hij nu dan ook een hechtingsverbond gesloten met een soort- en geslachtsloze tuttel, zo’n knuffeldoekje dat groezelig en stinkend van snot, zweet en kwijl te pas en te onpas wordt besnuffeld alsof er Chanel nummer 5 op zit. En hoewel ik het gebruik van het ding probeer te beperken tot bedtijdrituelen, weet mijn jongste het op slinkse wijze toch telkens weer te pakken te krijgen.

De wetenschap noemt de tuttel van mijn zoon een ‘transitioneel object’. Een duur woord voor een object dat meestal al uit elkaar valt wanneer je er naar wijst. Over het waarom van dergelijke objecten zijn de meningen verdeeld. Een van de eerste mensen die zich bezighield met de gehechtheid aan objecten was Winnicott, aanhanger van de psychoanalytische stroming. Winnicott stelde dat deze voorwerpen een soort van twilight zone waren tussen het lichaam van een kind en de boze buitenwereld. Een kind zou zich op een bepaald moment realiseren dat de buitenwereld los van hem bestaat en dat er niet altijd onmiddellijk tegemoet wordt gekomen aan zijn grillen. Een transitioneel object zou uitkomst bieden, omdat het, in tegenstelling tot ouders, wel blijft dansen naar de pijpen van zijn eigenaar.

Naar goede gewoonte van de psychoanalytische stroming werden transitionele objecten al snel in verband gebracht met pathologie. Hoewel niet alle psychoanalytische aanhangers zich konden vinden in de duivelse eigenschappen van knuffels, tuttels en doekjes, waren er onderzoekers die de kinderlijke gehechtheid aan een object vergeleken met een ernstige fetish. En uiteraard werd ook het idee van ijskastmoeders weer eens uit de kast getrokken, waarbij kinderen ontbeerd van moederliefde deze in een stukje stof probeerden te vinden.

Bowlby, de grondlegger van de gehechtheidstheorie en zelf onfortuinlijk eigenaar vaneen op zijn zachtst gezegd twijfelachtige hechting, hield er een geheel andere theorie op na. Volgens hem moeten alle gehechtheidsgedragingen worden bezien vanuit de evolutieleer. Door een sterke band met hun ouders op te bouwen, zouden kinderen de kans op overleving vergroten. Een transitioneel object zou tijdelijk kunnen fungeren als substituut om deze evolutionaire driften op bot te vieren wanneer ouders tijdelijk afwezig waren. Dat vormeloze, stinkende vod is dus eigenlijk een personificatie van mijn persona. Lekker dan.

Zoals meestal het geval is met theorieen, is het idee best vermakelijk, maar blijkt de praktijk weerbarstiger. Want als de hechting aan objecten zo belangrijk is, waarom stelt vijftig procent van de kinderen het dan zonder een dergelijke eenzijdige gehechtheid? Neem bijvoorbeeld mijn oudste zoon. Hem zul je niet met een knuffel of tuttel zien zeulen. Toegegeven, hij heeft wel degelijk contacten met knuffels, maar deze zijn wisselend van aard en hij hecht er verdacht weinig waarde aan wanneer ze het door een onfortuinlijk prikkeldraadongeluk zonder hoofd moeten stellen, althans voor de rest van hun stoffelijke leven.

Maar om toch een beetje voor mijn jongste op te komen, transitionele objecten blijken wel degelijk nuttig. Zo levert een doktersbezoek beduidend minder stress op bij aanwezigheid van een geliefd object. Dat is, wanneer het ding in kwestie vlak voor het doktersbezoek niet net kwijt is geraakt, anders kun je haast wel zeker spreken van een tegengesteld effect. Ook de wondinfectie die wordt veroorzaakt door de bacteriekolonie die zich permanent heeft gevestigd op het gehechtheidsobject levert kennelijk maar weinig stress op, want daarover lees ik in de literatuur niets.

Ik doe dan ook mijn best om mijn zoon en zijn tuttel niet al te veel uit elkaar te drijven. Helaas heeft hij, met zijn exquise smaak, geen genoegen genomen met een tuttel van de Hema waarvan ik er dertien in een dozijn kan krijgen. Nee, hij heeft zijn hart verloren aan een tuttel afkomstig uit een excentriek plattelandswinkeltje in Frankrijk. Vonden mijn ouders zo enig. De Joie-de-Vivre van mijn zoon hangt dus aan een paar Franse draadjes. En wat erger is, na uitvoerige correspondentie met dit enige winkeltje blijkt de tuttel ook nog eens uitverkocht.

Mocht deze unieke tuttel ooit kwijtraken, betekent dat het einde van de psychische gezondheid van mijn zoon. Maar ik weet wat me te doen staat. Met de diagnose ‘Reactieve hechtingsstoornis, type ontremd’ (code: 313.89) stuur ik mijn zoon naar rebirthing-therapie zodat hij zijn vroege jeugd opnieuw kan beleven. Alleen dan zonder zijn tuttel.



83% van ouders houdt online oogje in het zeil

Ruim acht op de tien ouders hebben één of meerdere voorzorgsmaatregelen genomen om hun kind in de gaten te houden. Meekijken met het kind en het checken van de mobiele telefoon en/of sociale media worden door ouders het meest toegepast. Dat blijkt uit onderzoek van het Safer Internet Centre Nederland.

Het onderzoek laat verder zien dat veel ouders met kinderen in de leeftijd 12 t/m 17 jaar praten met hun kind over hun online activiteiten. Meer dan de helft doet dit minstens eens per week. Een kwart praat er alleen over als zich iets bijzonders heeft voorgedaan. Duidelijke afspraken maken over online activiteiten is volgens bijna alle ouders zeer belangrijk. Veel ouders, vier op de tien, zouden vaker met hun kind willen praten over online activiteiten en/of advies hierover willen geven. Het merendeel van de ouders denkt dat ze voldoende kennis hebben van de gevaren van online zijn om er over te kunnen adviseren.


 

De twee winnaars van de TIB nieuwsbriefactie van januari ontvangen een gratis exemplaar van de nieuwse TIBtool "Zoek de balans in je werk" van Peter Laros. De redactie van TIB feliciteert:
 
> mw. Vrony Elschot, De Zonnewijzer te Valkenswaard
> mw. Karin Kohrman, Bs Laurentiushof te Vierlingsbeek


cover tijdschrift

Nieuwsbrief

Vul uw e-mailadres in en ontvang onze nieuwsbrief.