TIB Nieuwsflits - November 2018

Hieronder treft u de TIB nieuwsbrief van november 2018 aan. Deze nieuwsflits verschijnt 10 keer per jaar in uw mailbox. U kunt zich in de rechterkolom inschrijven. Afmelden kan op ieder gewenst moment.


 

Nieuws van de redactie

Na de succesvolle regiocongressen van de afgelopen Week van de Intern Begeleider richten we nu alle aandacht op de 2e Landelijke IB conferentie van dinsdag 12 maart 2019. U leest hier in deze nieuwsbrief meer over. De redactie nodigt u hiervoor van harte uit.

 

PO-Raad wil verstoorde verhoudingen verbeteren

Na een jaar vol acties en stakingen wil de PO-Raad de ‘verstoorde verhouding’ met Den Haag verbeteren. Schoolbesturen moeten de hand in eigen boezem steken en beter laten zien wat ze met hun geld doen. Dat stelde voorzitter van de raad Rinda den Besten eind oktober tegenover dagblad Trouw. “De afgelopen tijd is er door alle acties veel bereikt, maar tegelijk is ook het wederzijdse ‘chagrijn’ toegenomen”, aldus Den Besten. De PO-Raad merkt dan ook dat vanuit de politiek het wantrouwen jegens de schoolbesturen is toegenomen en betreurt dat. Tegelijkertijd vindt de raad dat de onderwijssector inderdaad meer eigen verantwoordelijkheid moet nemen. De financiële verantwoording van de besteding van onderwijsmiddelen kan en moet beter.

Uit het begrotingsdebat in de Tweede Kamer van begin november is ondertussen gebleken dat onderwijsminster Slob  laat onderzoeken of het primair en voortgezet onderwijs voldoende worden bekostigd om aan alle eisen en ambities te voldoen.

Column Mieke Ketelaars: Een kanjer van een training

Mijn zoon was vorig jaar een kanjer. Hij stond niet sterk, was rots noch water, en had al helemaal niet het gevoel dat alles Kidzzzzzz was (het aantal z-en heb ik overigens niet getoetst). Antipestprogramma’s vliegen als warme broodjes over de schoolbanken, maar bewijs over de werkzaamheid van de betreffende trainingen is vooralsnog schamel. Maar met de wet sociale veiligheid op school die per 1 augustus 2016 is ingegaan, zal alles beter worden. We weten in ieder geval wat er níet werkt.

De titel van de wet roept bij mij beelden op van in uniform gehulde potige kerels die met het ingaan van de schooltijd met knuppels door de schoolgangen marcheren om bij aanblik van enige vorm van sociale onveiligheid subiet een flinke zwieper uit te delen aan eenieder die het op een argeloze kleuter heeft gemunt. Bam, sociale veiligheid zeker gesteld.

Hoewel de meeste antipesttrainingen niet zo hard zijn, zijn er wel degelijk nuanceverschillen. Zo is de ene training meer gericht op het weerbaar maken van slachtoffertjes of het kweken van een wat gezelliger klassenklimaat - al dan niet met geinige attributen als pestvogels met petjes of de principes uit de natuur -, terwijl de andere training veel meer gebruikmaakt van het extern opleggen van sociale veiligheid aan dadertjes. In dat laatste beeld past bijvoorbeeld het programma M5. Anoniem mag er op een website worden geklikt over de wanstaltige daden van de daders, waarna een pester bij systematische nominatie op deze site in de klas ter verantwoording wordt geroepen. Ik ken het programma niet, maar vraag me wel af of de ultieme daad van een pester niet zou zijn om een slachtoffer te nomineren op de website. Dat is pas echt pesten op een hoger niveau.

Het zal u wellicht niet geheel verbazen dat M5 niet optimaal beoordeeld is door het NJI. De pedagoog in u schreeuwt immers om het onrecht dat daders hier wordt aangedaan. Bovendien hebben strafmaatregelen gericht op vergelding  verrassend weinig effect, zo weten we uit onderzoek naar jeugddetentie. Het werkt rolbevestigend en biedt geen aanknopingspunten voor de pester om uit die rol te stappen. En waarom zouden pesters niet juist gaan streven naar het prolongeren van het succes op de nominatielijst? Zijn ze tenminste ergens goed in.

Ook uit de wetenschappelijke hoek lijkt een training gericht op daders echter niet afdoende. Pesten kent namelijk een aanzienlijke genetische component. Maar liefst 73 procent van het risico om slachtoffer te zijn wordt bepaald door genetische invloeden. Voor daders ligt dat met 61 procent net een tikkie lager. Ter vergelijking: de genetische invloed van angst en depressie wordt geschat op zo’n 40 procent.

Dat betekent dus dat slachtoffers het pesten in zekere zin over zichzelf afroepen. Begrijp me niet verkeerd: ik heb een pesthekel aan pesten ingegeven door een uitermate boeiend verleden ermee. Ik zou dan ook nooit zeggen dat iemand bewust het mikpunt probeert te zijn van pesterijen. Maar kennelijk is een slachtofferrol in zekere mate aangeboren, en roept gedrag vanuit die slachtofferrol de pesterijen op. Dat is in ieder geval zo bij marmotten, en wees eerlijk, marmotten lijken nu eenmaal vreselijk veel op mensen.

Gelukkig zijn er ook altijd nog de meer voor de hand liggende genetische ‘daders’ van een slachtofferrol, waaronder IQ, sociale vaardigheden en opvallende fysieke eigenschappen. Om mezelf als voorbeeld te nemen, met een genetische oogafwijking waarbij een oog standaard een ander perspectief zoekt dan het andere, is het haast onmogelijk om geen slachtoffer te worden van pestgeweld. In die zin lag mijn predispositie voor die slachtofferrol dus al in genen verankerd. Maar ook overgewicht of dentofaciale attributen zoals ruimtes tussen tanden, missende tanden, een vreemde vorm of kleur van de tanden en prominente hoektanden zijn gewilde objecten van pesters.

Een beetje training zal zich dus moeten richten op de verschillende factoren in een pestomgeving. De pester, het slachtoffer en de overgrote meerderheid die het klimaat in stand houdt. Het is dan ook niet verrassend dat een training als de Kanjertraining, gericht op de verschillende rollen die iemand in kan nemen het prachtoormerk ‘voorlopig goedgekeurd’ heeft ontvangen van het NJI. Wat dat betreft heeft mijn zoon gezien zijn genetische dispositie mazzel gehad.

Het nieuws rondom de wet is overigens niet geheel positief. De Oscar in de categorie ‘goedgekeurd’ is helaas niet uitgereikt; geen van de pestprogramma’s voldeed aan alle criteria. Niet zo vreemd als je bedenkt dat criteria als  theoretisch goed onderbouwd, empirisch bewezen effectief en duidelijke uiteenzetting van de randvoorwaarden, het Walhalla zijn voor wetenschappers. Het moge dan ook duidelijk zijn dat die niet zomaar even worden behaald.

De komende jaren zullen we zien wat de politiek in al haar macht heeft bewerkstelligd. Of mijn kinderen inderdaad zonder pesterijen hun schoolcarrière hebben overleefd. Want over vijf jaar wordt het geheel geëvalueerd, vastgelegd in een lijvig verslag vol ambachtelijke taal gericht op de (on)mogelijkheden van de wet sociale veiligheid. Voor nu is de politiek het echter allang vergeten. Een nieuwe pestkop in het vizier, richt de overheid zich inmiddels op het pesten op de werkvloer. En dat is iets waar politici gelukkig ruime ervaring in hebben.


 

Welbevinden dik in orde voor Nederlandse leerlingen

Kinderen van laagopgeleide ouders hebben minder kansen dan kinderen van welgestelde, hoogopgeleide ouders. Dat blijkt uit het eind oktober gepresenteerde OESO-rapport Equity in Education. Het rapport bevat de trends uit data van internationaal vergelijkende studies onder 10-jarigen (TIMSS), 15-jarigen (PISA) en volwassenen (PIAAC) en dan toegespitst op kansen in schoolloopbaan en op de arbeidsmarkt, aangevuld met inzichten uit tal van onderzoeken. Het rapport herbevestigt daarmee dat het thuismilieu medebepalend is voor leerprestaties. Zo is de gemiddelde PISA-score voor ‘science’ bij kinderen met een lage SES 88 punten lager (gelijk aan drie schooljaren) dan die van kinderen uit hoge SES-milieus. Wel neemt de invloed van SES geleidelijk aan af. Nederland zit op het OESO-gemiddelde en laat een bovengemiddelde afname van invloed van SES zien van 3,8% tussen 2006 en 2015. Dat gaat dan wel weer gepaard met in het algemeen dalende prestaties van Nederland. Dat zou kunnen betekenen dat niet de kansengelijkheid kleiner werd, maar het presteren van alle leerlingen slechter.

Nederland ‘scoort’ wel erg goed als het gaat om het welbevinden van leerlingen. Nederlandse leerlingen scoren bovengemiddeld (90% versus gemiddeld 80%) en staan zelfs aan de top waar het gaat om sociaal-emotionele veerkracht (50% versus een gemiddelde van 26%).


Slob laat bekostiging onderzoeken

Onderwijsminister Slob laat onderzoeken of scholen en hun besturen onderwijsgeld wel doelmatig besteden. Tegelijkertijd moet worden bekeken of het primair en voortgezet onderwijs voldoende worden bekostigd om aan alle eisen en ambities te voldoen. Slob kondigde de plannen begin november aan in een Tweede Kamerdebat over de onderwijsbegroting.

De onderwijsminister volgt daarmee het advies op van de Onderwijsraad van enkele maanden geleden. De raad stelde destijds dat ‘de overheid het onderwijs bekostigt om te kunnen voldoen aan wettelijke minimumnormen voor kwaliteit’, maar dat de ‘maatschappelijk verwachtingen vaak verdergaan’. Uit het debat over de begroting bleek wel dat de Kamer zoekt naar manieren om meer grip te krijgen op de uitgaven van scholen en hun besturen. De Kamer vindt het nu te onduidelijk waaraan zij hun geld uitgeven, twijfelen of het geld wel goed terechtkomt en hebben vraagtekens bij de reserves van besturen en samenwerkingsverbanden passend onderwijs.

Slob gaf aan te begrijpen dat scholen reserves hebben en moeten sparen voor bepaalde uitgaven, maar hij zei ook ‘uitermate kritisch’ te zijn omdat sommige reserves ‘heel groot zijn’. Met een onderzoek hoopt hij meer inzicht te krijgen in al deze vraagstukken.


Steeds meer kinderen op wereldreis

Steeds meer Nederlanders kiezen ervoor om met hun kinderen op wereldreis te gaan. Via de Wereldschool, een instituut voor Nederlands onderwijs in het buitenland, zijn er op dit moment zo'n duizend kinderen die onderwijs op afstand volgen. Dat aantal steeg de afgelopen jaren met zo'n 10 procent per jaar. De meeste kinderen die op wereldreis zijn, zitten in de leeftijdscategorie van het basisonderwijs.

Er is geen organisatie die registreert hoeveel kinderen er precies op wereldreis zijn. Wel is bekend dat 685 kinderen vier jaar geleden nog Nederlandstalig onderwijs kregen via de Wereldschool, in 2016 waren dat er 820 en dit jaar zo'n duizend. De Leerplichtwet stelt dat kinderen ingeschreven moeten staan op een school en die ook regelmatig bezoeken.

Volgens een woordvoerder van het onderwijsministerie zijn er zijn wel enkele uitzonderingen mogelijk, maar gelden die niet voor reizen. “Om toch op wereldreis te kunnen gaan, kunnen ouders zich laten uitschrijven als inwoner van Nederland. Dan hoeven ze niet meer te voldoen aan de Leerplichtwet.”


Onderzoek naar de competenties van de specialist begaafdheidsonderwijs

Onderzoeker: drs. Eleonoor van Gerven
Looptijd van het onderzoek: november 2018 maart 2020

De specialist begaafdheidsonderwijs is een hoog opgeleide professional die leraren ondersteunt om passend onderwijs aan begaafde leerlingen te verzorgen. Maar wat maakt die professional tot specialist? In een onderzoek naar de competenties van deze professional houden we het beroepskader van deze professionals tegen het licht. We vragen daarvoor medewerking leraren die werkzaam zijn in het primair onderwijs. Wat vinden zij belangrijk?

Niet elke leraar een specialist begaafdheidsonderwijs te zijn, maar wie met begaafde leerlingen te maken krijgt moet toegerust zijn om er ook voor die leerling te kunnen zijn. Vanuit de dagelijkse praktijk vragen leraren daarom steeds vaker om gespecialiseerde ondersteuning, zoals zij dit ook doen als het een leerling betreft met een leer-of gedragsprobleem. Op steeds meer scholen wordt daardoor de vraag om een specialist begaafdheidsonderwijs actueel. Het streven naar een systematische aanpak van het onderwijs aan begaafde leerlingen neemt op veel scholen toe.

In dit onderzoek is vanuit een internationaal perspectief gekeken wat tot het kennis- en handelingsrepertoire van de specialist begaafdheidsonderwijs zou moeten behoren. Nu is het tijd om vanuit de Nederlandse en Vlaamse onderwijspraktijk het overzicht dat daarmee is ontstaan tegen het licht te houden.
Daarom ben ik op zoek naar mensen die werkzaam zijn in het primair onderwijs en willen meewerken aan dit onderzoek. Van leraar tot directielid, van plusgroepleraar tot onderwijsassistent. Wat moet de specialist begaafdheidsonderwijs weten en kunnen om passend onderwijs aan de begaafde leerlingen op een school te bieden? Hoe kun je in de praktijk competent gedrag van die specialist begaafdheidsonderwijs herkennen?

Wil je meer weten over het onderzoek? Dat kan! Op de website www.slimeducatief.nl vind je alle informatie om te beslissen of je mee wilt doen.
Mee doen aan dit onderzoek is eenvoudig. Je meldt je aan via www.slimeducatief.nl. Je neemt deel vanachter je eigen pc. Deelnemen kost ongeveer 1,5 uur.
Dit onderzoek wordt uitgevoerd i.s.m. de Universiteit van Hasselt. Betrokken hoogleraren zijn prof. Dr. T. Kieboom en prof. Dr. K. Venderickx.


De twee winnaars van de TIB nieuwsbriefactie van oktober ontvangen een gratis exemplaar van "De Meerleerjarenklas: verder met Co-Teaching en integratieklassen":
 
> Mw. Van Harn, CBS De Stifthorst te Renswoude
> Mw. Van Houweling, CBS De Hoeksteen te Wijk en Aalburg

cover tijdschrift

Nieuwsbrief

Vul uw e-mailadres in en ontvang onze nieuwsbrief.